l = liter; dl = deciliter; cl = centiliter; ml = milliliter. Geef een getal als antwoord.

1.   1 l = .... ml.
2.   3 dl = .... ml.
3.   5 cl = .... ml.
4.   8 dl = .... cl.
5.   3 l = .... dl.
6.   4 l = .... cl.
7.   8 ml + 5 ml = .... cl.
8.   17 ml + 13 ml = .... cl.
9.   8 cl + 9 ml = .... ml.
10.   15 cl + 4 ml = .... ml.
11.   5 dl + 3 cl = .... cl.
12.   6 l + 4 dl = .... cl.
13.   11 l + 3 dl = .... cl.
14.   6 l + 30 cl = .... dl.
15.   4 l + 80 cl = .... dl.

Kijk ook eens op taalkist.nl voor oefeningen over de Nederlandse taal.     Een initiatief van imeester. Kijk voor meer informatie op www.imeester.nl

copyright 2009 by Mike Bovenlander
    procenten     optellen     aftrekken     vermenigvuldigen     delen     schalen     tijdseenheden     oppervlakten     gewichten     inhoud     wisselkoersen     gemiddelden     (kilo)meters     langere sommen     Romeinse cijfers     patronen
    Login